
Waarom thuis je bloeddruk meten?
Je bloeddruk verandert gedurende de dag. Bewegen, stress, roken en cafeïne hebben invloed op de uitslag. Een meting bij de huisarts is daarom niet altijd genoeg om een goed beeld te krijgen. Thuis meet je op meerdere momenten in een rustige omgeving.
Eén hoge uitslag betekent niet meteen dat je een hoge bloeddruk hebt. Het gemiddelde van meerdere metingen zegt meer. Meet daarom volgens de afspraken die je met je huisarts maakt en schrijf iedere uitslag op.
Kies een bloeddrukmeter voor de bovenarm
Gebruik een bloeddrukmeter met een band om je bovenarm. Een polsmeter meet minder goed en een smartwatch is geen vervanging voor een bloeddrukmeter. Vraag je huisarts of de thuiszorg om advies als je een meter wilt lenen of kopen.
Neem de meter mee naar een afspraak als je wilt controleren of je hem goed gebruikt.
Bereid de meting rustig voor
- Doe het een half uur voor de meting rustig aan. Sport niet, werk niet hard en rook niet.
- Drink in dat half uur geen koffie of een andere drank met cafeïne.
- Ga rechtop op een stoel zitten en zet je benen naast elkaar.
- Zit minstens 5 minuten stil voordat je meet. Praat niet tijdens het wachten.
Zo meet je stap voor stap
- Doe de band om je bovenarm. Gebruik steeds dezelfde arm, tenzij je huisarts een andere arm adviseert.
- Meet terwijl je stilzit en praat niet.
- Schrijf de bovendruk en de onderdruk op. Noteer ook je hartslag als die op de meter staat.
- Wacht 2 minuten.
- Meet nog een keer en schrijf ook deze uitslag op.
Wat betekenen de twee getallen?
Het eerste getal is de bovendruk. Die ontstaat wanneer je hart samentrekt en bloed je lichaam in pompt. Het tweede getal is de onderdruk. Die meet de druk wanneer je hart ontspant. Samen vormen deze getallen je bloeddruk.
Meet volgens een vast schema
Je huisarts vraagt vaak om een week lang te meten. Meestal meet je voor het ontbijt en 2 uur na het avondeten. Meet op elk moment twee keer, met 2 minuten ertussen. Volg een ander schema als je huisarts dat met je afspreekt.
Schrijf de datum, het tijdstip, de bovendruk, de onderdruk en de hartslag op in een bloeddrukdagboek. Neem het overzicht mee naar je volgende afspraak of deel het via de veilige patiëntenomgeving van je huisarts als dat daar mogelijk is.
Kijk naar het gemiddelde
De bloeddruk is niet iedere keer hetzelfde. Daarom kijk je bij een meetweek naar het gemiddelde van alle metingen. Bij mensen jonger dan 70 jaar geldt een gemiddelde bovendruk lager dan 135 als goed. Vanaf 70 jaar geldt een gemiddelde bovendruk lager dan 145 als goed.
Deze grenzen gelden voor thuismetingen; de afspraken van je eigen huisarts gaan voor.
Wat doe je bij een hoge uitslag?
Meet je een keer een bovendruk van 160 of een onderdruk van 100? Meet dan later nog een keer. Vaak valt de volgende uitslag lager uit. Blijft de bloeddruk hoog, meet dan een week lang volgens een vast schema en bespreek het gemiddelde met je huisarts.
Wanneer neem je contact op?
- Neem op werkdagen contact op met je huisarts als je gemiddelde bovendruk na een meetweek 135 of hoger is en je jonger bent dan 70 jaar. Vanaf 70 jaar geldt hiervoor 145 of hoger.
- Bel direct je huisarts of de huisartsen-spoedpost als je bovendruk 180 of hoger blijft en je ook klachten hebt, zoals hoofdpijn, misselijkheid of slecht zien.
- Bel direct je huisarts of de huisartsen-spoedpost als je bovendruk hoger dan 200 blijft gedurende de rest van de dag, of als je onderdruk hoger dan 120 blijft.
- Bel 112 bij pijn op de borst, ernstige benauwdheid, plotselinge verlamming, een scheve mond of opeens niet goed kunnen praten.
Maak je metingen bruikbaar
Een vast meetmoment, een rustige houding en twee metingen achter elkaar geven je huisarts betere informatie dan een losse uitslag. Heb je vaker een hoge bloeddruk? Lees ook de informatie over hoge bloeddruk.
De stappen op deze pagina sluiten aan bij de patiënteninformatie van Thuisarts over zelf thuis je bloeddruk meten.
De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Neem bij vragen of lichamelijke klachten altijd even contact op met je huisarts zodat je zeker bent van de juiste behandeling.
